‘Museumkwartier’ zonder pop en sport

ingevoerd op 17-12-2008

Het Museumplein in Amsterdam wordt de komende jaren ontwikkeld tot een prestigieus museumkwartier. Het moet zich kunnen meten met het Museumsinsel in Berlijn en met het Weense Museumsquartier.De ingangen van de culturele instellingen rond het plein – het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum, het Stedelijk Museum en het Concertgebouw – moeten op het plein uitkomen, wat nu nog niet het geval is. Een deel van het grote grasveld waaruit het plein nu bestaat, wordt weer verhard. De huidige inrichting van het plein schiet tekort, verklaarde wethouder Maarten van Poelgeest van Ruimtelijke Orde dinsdag, bij de presentatie van de nieuwe visie voor het plein in het stadsdeel Oud-Zuid. Metropool
Het plein moet volgens de gemeente ‘sowieso’ opgeknapt worden. ‘Door de uitbreiding van het centrum en de komst van de Noord-Zuidlijn ligt het plein steeds centraler in de stad en wordt het steeds zwaarder belast’, aldus Van Poelgeest. Hij voorspelt dat de bezoekersaantallen voor de omliggende musea drastisch zullen toenemen. ‘We gaan een sprong maken van stad naar metropool.’ De straten rond het plein zullen meer verbonden worden met het plein zelf, er komen er veel meer restaurants, grand cafés en brasseriën, en er komen meer bankjes en een heleboel losse stoeltjes. Ook wordt het Concertgebouwplein nauwer betrokken bij het Museumplein. Het geheel wordt volgens de visie, die begin volgend jaar in de gemeenteraad komt, een stuk ‘chiquer’. ‘Maar ook een plek waar je op zondag gewoon zonder echte reden naartoe gaat’, zegt Van Poelgeest. Subtiel en degelijk
Op het nieuwe, verfijnde Museumplein mogen net als nu geen commerciële uitingen te zien zijn. ‘Het moet niet op het Damrak gaan lijken’, vindt Van Poelgeest. De vele cafés en restaurants die de wethouder verwacht moeten het ‘subtiel en degelijk’ houden. De evenementen op het terrein moeten ook cultureel hoogwaardiger worden. ‘De programmering is nu hap snap’, vindt de wethouder. ‘Er wordt nauwelijks met visie geprogrammeerd.’ Een evenement als het jaarlijkse Koninginnedagconcert van Radio 538 moet op termijn verdwijnen naar een ander plein in de stad. De gemeente denkt aan culturele evenementen waarvan het geluid niet of nauwelijks versterkt hoeft te worden. Ook de viering van Nederlands of Amsterdams sportsucces ziet de gemeente straks liever elders. Massademonstraties zijn nog wel welkom. Eigenlijk kunnen die ook nergens anders plaatsvinden, vinden de bedenkers van de visie. Ruimte
De essentie van ruimte en wijdte van het huidige plein blijft overeind. In verschillende fases zal de komende jaren gewerkt worden vanuit de nieuwe visie. Er is een startbedrag van 75 miljoen euro nodig. Vervolgens vergen de plannen ‘enkele miljoenen euro per jaar’. Het nieuwe museumkwartier gaat volgens de gemeente uiteindelijk 1,25 miljard euro per jaar en 12.500 banen opleveren. De directeuren van de betrokken culturele instellingen zijn enthousiast en denken mee te kunnen delen in elkaar bezoekersstromen. ‘Het ligt eigenlijk voor de hand dat het plein als geheel beter neergezet gaat worden’, aldus Axel Rüger, de directeur van het Van Gogh Museum. IJsclub, snelweg, grasmat
Veel plannen zijn er geweest voor het Museumplein. Tevreden met de inrichting was Amsterdam eigenlijk nooit. amsterdam Na de Wereldtentoonstellingen van 1883 en 1895 bleef er in Amsterdam Oud-Zuid een leeg, voor de tentoonstelling benut museumterrein achter. Ondanks de komst van het Rijksmuseum in 1885, het Concertgebouw (1888) en in 1894 het Stedelijk Museum besloot het stadsbestuur het gebied in eerste instantie om te dopen tot ijsclubterrein. Er waren suggesties voor bebouwing, met een paleisje voor Wilhelmina (dan nog prinses) of een operagebouw, maar die werden afgekeurd.
In 1940 sloot de Amsterdamse IJsclub. Na de oorlog besloot de hoofdstad de vlakte de naam Museumplein te geven. In de jaren vijftig werd een grote klinkerweg over het plein gelegd, die wegens zijn vele banen ook wel de kortste snelweg van Nederland genoemd werd. Hoewel in 1973 het Van Gogh Museum aan het plein verscheen, trok het plein zelf weinig belangstelling. Alleen tijdens de demonstraties van de jaren tachtig, met Koninginnedag en na het winnen van Europese voetbalbekers stroomde het terrein vol.
Een plan om op het plein villa’s en hotels te bouwen haalde het niet en begin jaren negentig trok de gemeente 20 miljoen gulden uit voor een ontwerp waarmee het plein honderd jaar vooruit moest kunnen gaan. De vorig jaar overleden Deense tuin- en landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson kreeg de klus toegewezen.
In 1999 werd het huidige Museumplein afgeleverd. De kern van het ontwerp was wijdte en ruimte. Het plein mocht niet commercieel benut worden, los van een grote supermarkt die onder de zogenaamde ‘ezelsoor’ van het plein verdween. De reacties waren in 1999 redelijk positief, hoewel de grote grasmat lekt naar de ondergrondse garage en veel Amsterdammers lieten weten het geroffel op de verdwenen klinkers te missen.
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Toegang tot Kunst.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber