Schilderen over de luxe en leegte van de stad

ingevoerd op 15-10-2008

Op vr 10 okt 2008 reikte Koningin Beatrix de Kon. Prijs voor de Vrije Schilderkunst uit aan vier kunstenaars. Alex Jacobs, Sebastiaan Verhees, Helen Verhoeven en Bas de Wit kregen elk 6.000 euro.De jury was enthousiast dit jaar. Juryvoorzitter Wilma Sütö roemde in haar toespraak hoe verschillende deelnemers ‘de chaos en het rumoer in de wereld’ laten zien op het schildersdoek. Samen met nog vierentwintig genomineerden exposeren de vier winnaars in het GEM. Daar maken alle exposanten alsnog kans op een publieksprijs, van 2.300 euro.De koningin reikt traditioneel de prijzen uit, de winnaars worden voorgedragen door een zevenkoppige jury. Deze koos unaniem vier jonge schilders (verplicht onder de 35 jaar ) die groot en figuratief werken. Maar dat geldt voor bijna alle exposanten. Wat de vier zichtbaar onderscheidt van sommige anderen, is gevoel voor drama. Daarmee verbeelden ze dat ‘rumoer in de wereld’, waar de jury – terecht – zo positief op reageerde. Sebastiaan Verhees schildert daklozen tussen het vuilnis, Alex Jacobs schildert een suppoost naast een schilderij met een dollarteken en portretteert zichzelf in victoriehouding op een vuilnisbak. Bas de Wit laat figuren uit het entertainment tot leven komen – dansers en een Pinokkio – in scènes vol dreiging. Ook in de met sjieke gasten gevulde balzalen van Helen Verhoeven, broeit van alles. Al deze schilderijen gaan over het overleven in de stedelijke maatschappij met zijn luxe, entertainment, rafelranden, en leegte. Subsidieregelingen komen en gaan, maar de Koninklijke Prijs is een instituut: ingesteld in 1871 door Koning Willem III is de aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars sindsdien uitgereikt door Koningin Emma, Wilhelmina, Juliana en Beatrix. De prijs winnen leek decennia een garantie om door te breken, maar de laatste jaren lijkt dat succes iets minder. Ook loopt de belangstelling voor de prijs onder kunstenaars af. Daarom startte de Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam, die de prijs organiseert, een paar jaar geleden een PR-offensief om kunstenaars op te roepen werk in te zenden. Toch bleef het aantal inzendingen teruglopen. Vorig jaar waren dat er 238, dit jaar 205. Nu kunstacademiestudenten steeds meer kiezen voor studierichtingen zoals audiovisueel of grafisch ontwerpen, zal die tendens moeilijk te keren zijn. Maar wat zegt de tentoonstelling over de kwaliteit van de schilderkunst? Die is goed. Dat is wel eens anders geweest. Inderdaad verbeelden verschillende exposanten een troosteloze maatschappij – een wereldbeeld dat ook internationale schilderbewegingen bezighoudt. In het GEM zie je sinistere kroegscènes en morsige personages (Heddy-John Appeldoorn, Raimonda Grik*aite), de smakeloze villa’s van de nouveaux riches (Bonnie Severien). En boven dit alles schijnt niet meer de zon, maar de neonlampen van onze 24-uurs economie (Julia Münstermann). Natuurlijk passen niet alle exposanten in dit hokje. Tussen de overige landschappen, geschilderde constructies en portretten valt een jongensportret op van Sidi el Karchi. De starende, droeve blik van de scholier spreekt boekdelen over hoe moeilijk het is om op te groeien. Vroeger stond schilderen op groot formaat met veel verf gelijk aan schilderkunstige vraagstukken over vorm en vlak. Dat is voorbij. Het schilderkunstig onderzoek van deze lichting kunstenaars gaat over grandeur, spektakel. Met theatrale effecten maken ze van hun werken zelf ook luxe decorstukken, die passen in de decadente wereld die ze bekritiseren. Zoals Jacobs aangeeft in zijn doek met een geëxposeerd dollarteken: in een moreel failliete wereld gaat kunst alleen om geld en sensatie. Door dat gegeven vol drama te verbeelden, zijn de vier prijswinnaars terechte vertegenwoordigers van een zelfkritische generatie.
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Toegang tot Kunst.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber